zaterdag 28 maart 2020

Rooie Frans & The Rocking Rebels – Trilogy Part I

Originally posted 19 april 2012

Wanneer je zijn woonkamer binnenloopt kún je er niet omheen. Hier woont een Elvis-fan.  Een Elvis-fundamentalist zoals hij het zelf zegt. Een groot schilderij van hemzelf met The King prijkt boven de bank.  Álles wat Elvis Presley ooit opgenomen heeft, bijeengepakt in een 50CD Box,  binnen handbereik op tafel.  Maar de aandacht wordt, bij binnenkomst, toch voornamelijk getrokken door de warme ontvangst van Frans.  Rooie Frans uit Eindhoven; tegenwoordig wonende in een volksbuurt van Utrecht
Rooie Frans, Red Elvis of Frans van Dorst –  een Eindhovense Legende. Hier tegenover mij aan een tafel in Utrecht. Voorman van de Rocking Rebels, de Elvis-bende die in de jaren 80 naam, faam en vrees maakte in Eindhoven en ver daarbuiten.  Het rooie haar is er voor een groot gedeelte van af, maar de naam “Rooie” draagt hij levenslang met zich mee. Met trots. 

 



Rooie Frans: een Legende

Aanleiding voor onze ontmoeting was mijn eerdere blog over Elvis Presley in Eindhoven, die enkele reacties opleverde van oud-leden van de Rocking Rebels. Deze bende geldt ontegenzeggelijk als kenmerkend voor de beginjaren ’80 in Eindhoven. Een stukje geschiedenis van de stad.


Dat Frans de meest kleurrijke, en misschien wel de enige juiste persoon is die kan verhalen over de beruchte Rocking Rebel periode blijkt wel uit de typeringen die de verschillende, landelijke, kranten hem in die periode toegedicht hebben:




Als leidraad voor Frans’ verhalen fungeert zijn inmiddels befaamde verzameling krantenknipsels. Alles wat er in de landelijke pers verschenen is over de Rocking Rebels en over Frans zelf in de periode vanaf 1978. Ik krijg het boek mee om er thuis in Eindhoven nog een keer doorheen te bladeren. Maar “bent er zuinig op, ‘t is alles wat ik nog heb uit die tijd”. Ik zelf ben die avond nog in Utrecht op stap geweest maar heb wel tientallen keren zenuwachtig gekeken of ik Het Boek nog bij me had….  Het boek, dat dus weer heel even terug is op vertrouwde bodem. Daar waar de verhalen thuis horen: Eindhoven. Hier heb ik dus de hele historie van de Rebels in mijn handen. Een ontbrekend, maar fascinerend, onderdeel van de canon van Eindhoven.



Yankees & Rednecks



De rebel is nog steeds niet uit Frans. Dat blijkt als hij begint te vertellen. Aan één stuk door, meeslepend. Hij kent alle namen en gebeurtenissen uit die tijd nog en je wordt onherroepelijk gegrepen door zijn enthousiasme. “D’r is veel gebeurd. Heel veel. Ik leef zwaar op geleende tijd, ben vaak door het oog van de naald gegaan, had al een keer of wa dood moeten zijn”

Even onderbreekt hij zijn monoloog, als hij zijn twee honden naar buiten moet dirigeren. Eén hond komt uit Eindhoven `en daarom luistert ie nooit`. De andere hond noemt hij Yankee; omdat die bang is voor alles. Een verwijzing naar de Amerikaanse burgeroorlog en Frans’ voorkeur voor de Zuidelijke Staten. “Ik ben een Redneck, maar wel een kleurenblinde Redneck. Zonder negers zou er geen Rock ’n Roll zijn” en hij verwijst naar Arthur Big Boy Croodup, de zwarte blues-zanger uit Mississippi, waarvan Elvis Presley zijn eerste platen gecovered heeft.

De Zuidelijke confederatievlag is onlosmakelijk verbonden met Rock ’n Roll muziek en werd dus ook op de zwarte leren jassen gestikt, de tweede huid van de Eindhovense Rocking Rebels. Het Noorden zag het Zuiden als de rebellen in de Amerikaanse Burgeroorlog en Eindhoven lag nu eenmaal in het Zuiden van Nederland. Een rivaliteit tussen Nieuw Amsterdam en het Zuiden…

Only Elvis can judge me



Nu, 30  jaar na de hoogtijdagen van de Rocking Rebels, geniet Frans nog steeds aanzien. In Eindhoven, in Utrecht, bij PSV en in de Tattoo-scene.  Met zijn uitstraling kan dat eigenlijk ook niet anders:  mouwen opgestroopt (het vriest buiten), tattoos  van top tot teen en een prachtige verteller.  Zijn eerste tattoo was er een van, hoe kan het anders, Elvis Presley.  Frans , toen 18 jaar oud, durfde het destijds nauwelijks tegen zijn moeder te vertellen.  Maar moeders zijn moeders en dus… “ge bent gek – hij ken best over 3 weken dood zijn”. Dat was begin augustus 1977, enkele weken later overleed Elvis. Frans heeft het zijn moeder lang kwalijk genomen.

Elvis Presley was “een grillig figuur met  onberekenbare buien” aldus het Eindhovens Dagblad (ED) over een Rock ‘n Roll meeting. Zoiets spreekt aan natuurlijk. Frans was er “als klein menneke” bij toen begin jaren ’70  een zaal van het Eindhovense Rembrandt-Theater tijdens de Elvis film Jailhouse Rock volledig afgebroken werd door de aanwezige Elvis-jeugd. Stoel-leuningen en flessen vlogen door de zaal. Reden: Elvis krijgt in die film zweepslagen en dát konden zij toch niet zomaar laten gebeuren…

Op zijn twaalfde realiseerde Frans reeds dat Elvis speciaal voor hem zou worden. Wie er aan Elvis kwam, kwam aan Frans. ‘I’m so glad Elvis is dead’ prijkte er in 1980 op de overall van een 15-jarig meisje op Stratumseind. Frans haalt uit met een scheermes, zij draait zich om en hij raakt haar schouder. Een klein sneetje, maar breed uitgemeten in de kranten. konden zij toch niet zomaar laten gebeuren…

Met een knipoog naar de wereldproblematiek noemt hij zichzelf een “extreem fundamentalistisch orthodox Elvis fan” en , zoals een moslim naar Mekka moet, moet Frans minimaal drie keer naar Graceland. Hij is er inmiddels twee keer geweest. De eerste keer kostte het hem 2 dagen om zonder tranen naar binnen te durven. Graceland is helaas verworden tot een circus, , een poppenkast. Hij is 20 jaar te laat in Memphis geweest. Inmiddels is hij wat 
milder en realistischer in zijn opvattingen over Elvis. “Als ze vroeger geschreven hadden dat Elvis aan de drugs was dan hadden ze klappen gekregen. Nu weet ik dat ie nooit zonder heeft gekund”. Nu besef ik dat, op King Creole na, alle films hetzelfde eenvoudige concept volgden. Nu weet ik dat Wooden Heart een verschrikkelijk nummer is.

Elvis Presley zélf heeft hij nooit mogen ontmoeten. In 1977 zou hij zijn, naar later bleek, laatste concerten gaan bezoeken. Dit werd echter teruggedraaid op verzoek van zijn toenmalige vriendin die opperde dat ze er beter nog een paar jaar mee zouden kunnen wachten tot het moment dat ze getrouwd zouden zijn en het financieel wat breder zouden hebben. Op 16 augustus 1977 bleek dat dit dus nooit meer zou kunnen plaatsvinden. De verloving werd verbroken en vanaf dat moment werd Elvis door Frans heilig verklaard.  

Only Elvis can judge me” prijkt er op zijn arm. Een kreet van Frans zelf. Copyright dus.

Gemeentereiniging!
Na zijn verblijf op een internaat voor moeilijk opvoedbare kinderen trok hij, 15 jaar en weer terug in Eindhoven, op met een Elvis-bende. Midden jaren 70, net voor Elvis’ dood verzamelden zij zich vaak met vrienden aan het Plataanpleintje in Strijp, naast de Philips fabrieken, om bier te drinken en over brommers heen te hangen. Cassette-recorder en een stapel Rock & Roll bandjes erbij.
Het ED van 10 mei 1980 besteedt een paginagroot artikel aan de Rocking Rebels en weet de sfeer midden jaren ´70 goed weer te geven `Rond het midden van de jaren ’70 leek er een eind gekomen aan de rock-beweging. De fut was eruit. Na de tragische dood van Elvis Presley, is er toch weer sprake van een massale opleving die zich, conform traditie, voltrekt via groepsvorming. Vooral in Eindhoven is er op dit gebied veel te doen.  The Rocking Rebels vormen de voortzetting van de beruchte Eindhovense Elvis/bendes. Een combinatie van operationele strijdmacht en vurige liefde voor de Rock  and Roll’

Jaren hiervoor had elk Eindhovens stadsdeel zijn eigen bendes, maar na een grote ruzie met Molukkers uit Vught, spanden meerderen samen.Het waren vaak mooie verhalen van de oudere jongens. Frans behoorde tot de nieuwe generatie; de jeugd die zich nog moest bewijzen.
Frans´ moment kwam echter snel: 1979. Op de dag van PSV-Feyenoord was de hele Eindhovense Elvis-jeugd verzameld op de Piazza voor de Bijenkorf voor een optreden van Elvis-immitator Toon Nieuwenhuisen. Zijn imitatie was slecht en eigenlijk een aanfluiting voor Elvis, maar eventuele ophef daarover werd onderbroken doordat er plots, vanuit het tunneltje een groep van zo’n 100 Feyenoord-supporters de Piazza op liep. ‘Hand in Hand Kameraden’ scanderend, begonnen ze even later pluggen uit de versterkers te trekken. “Rotterdamse Hooligans aan de ene kant, wij aan de andere kant. Veel van de Eindhovenaren waren verbaasd, maar niemand leek het echt iets te doen. Toen keek ik links en rechts en dacht ‘Oh.. moet ík het dan zeggen?” “Gemeentereiniging” schreeuwde Frans, klapte aggressief in zijn handen en de Eindhovense Elvis-jeugd stormde de Rotterdammers in. Het werd een afranseling; de meeste Rotterdammers vluchtten verbouwereerd terug richting station. De snelle actie, het samenspel, de verbondenheid… een hechte groep was geboren. Marcel, zanger van Bang Bang Bazooka, oppert de naam Rebels.
Vanaf dat moment kunnen Eindhoven en de rest van Nederland zich opmaken voor de roemruchte Rocking Rebels. Geliefd én verguisd.


- Einde van Trilogie-deel I -
(stuur me een mail als je op de hoogte gebracht wilt worden van publicatie)
Bronvermelding:
Frans van Dorst (2012)
Krantenknipsel-album Frans van Dorst (1979-heden)
Eindhoven Rockcity Tattoo (2006)
Rocking Rebels at MySpace


woensdag 25 maart 2020

Through the eyes of a stranger



Het viel hem tegen… Eindhoven. De grootte ervan dan. Stratumseind was die middag weliswaar overvol en werd met ‘t glas gezelliger, maar hij had de stad grootser voorgesteld. Indrukwekkender. Arroganter misschien. Vergeleken met Glasgow leek dit een ‘village’, een dorp. Ook een vergelijking met zijn eerdere reizen naar Lissabon, Valencia en Istanbul, nee zelfs een vergelijking met Amsterdam kon Eindhoven niet doorstaan.



 

Die middag was hij met de trein aangekomen in Eindhoven en meteen vanaf het Stationsplein via de Markt naar het Stratumseind getrokken. De aaneengesloten ketting van cafés en bars vond hij grandioos, uniek, maar hij had zich meer voorgesteld van de stad. Uiteráárd had hij zich meer voorgesteld van de stad! Voor voetbalfans is Eindhoven een grote ‘Naam’. Geassocieerd met een voetbalgrootmacht. Begrijpelijk geen Madrid, London of Milaan, maar het kan zich, in de de ogen van ‘n voetbalfan, meten met de grotere clubs van Europa. Voor voetbalsupporters zijn de naam en de uitstraling van Eindhoven vele malen groter dan de werkelijkheid. Voetbalhoofdstad van Nederland, een prijzenkast gevuld met Europacups en Kampioens-schalen, ieder seizoen actief op Europees niveau. Dat het zó klein was had hij niet verwacht. Het bleek de kléinste stad die ooit een Champions League won (191.000 inwoners in 1988) . Op de voet gevolgd door Porto en Nottingham (CL Finals). Geweldig toch !? Daar
magmoet je trots op zijn. Eindhoven – groot in imago, klein in afmeting.
Veel first-time bezoekers zijn verbaasd door de geringe afmetingen van Eindhoven. Zeker zij die afkomen op de imago-bepalers van de stad. Een wereldwijd imago, niet alleen bepaald door PSV. Trok voorheen hard-rockend Europa naar Welschap (118.000 bezoekers voor Dynamo Open Air in een stad van destijds nog geen 200.000 inwoners), nu wordt de faam van Eindhoven mondiaal gemaakt door de Design Academy. Door de New York Times beschreven als ”without question, currently the best design academy in the world” en “Europe’s most dynamic design school for more than a decade” (NY Times 2003) , (NY Times 2010). Eindhoven: groot in imago, klein in afmeting.

Kom je echter niet voor één van deze imago-bepalende zaken, dan heb je in Eindhoven niets te zoeken. Helemaal niks in Eindhoven. Altháns zo wordt de stad beschreven in de reisbranche, áls er überhaupt al woorden aan besteed worden. De zichzelf benoemde toonaangevende reisgids Lonely Planet benoemt Eindhoven slechts zeer kort in zijn “Netherlands”-editie ”… this huge industrial town which is just not a pleasant place….. If you múst visit Eindhoven, the VVV can provide information”. Welgeteld wordt er slechts een halve kolom gewijd aan de vijfde stad van Nederland, …. in een gids van 336 bladzijden. Van die halve kolom gaat bovendien het grootste gedeelte over hoe er weg te komen; met de trein of het vliegtuig.
Zoals ook op Tripadvisor. Een internet-site met als tagline “Eerst de waarheid, dan op reis”: “Eindhoven is by far the dullest, most boring place in Nederland. You can catch a shuttle bus to Amsterdam that leaves from Eindhoven Airport”. De waarheid? Het laatste gedeelte in ieder geval wel.
Natuurlijk behoef ik hier geen pleidooi te houden voor Eindhoven als toeristische trekpleister. Zelfs ik begrijp dat de gemiddelde toerist zich liever laat fotograferen op de Amsterdamse grachten dan op het bruggetje bij Stratumseind. Dat het Anne Frank Huis, met of zonder boom, meer aanspreekt dan het eerste Philips fabriekje en dat de Wallen spannender zijn dan het nieuw gebouwde Baekelandplein aan de Edisonstraat. Dat een hoer meer aanspreekt dan een gloeilamp. Duidelijk: geen architectuur uit de Gouden Eeuw… mooier kunnen we ‘t niet maken.
Maar onbekend maakt onbemind. Is ‘t juist niet de charme van het reizen om de niet-toeristische plekken te bezoeken? Off The Beaten Track noemt de reiziger dat. Natuurlijk wil je New York zien als je in de US bent, maar is Pittsburgh met zijn staalindustrie niet veel Amerikaanser? Is Birmingham niet meer authentiek Brits dan London? Eindhoven is Off The Beaten Track. Weg van de molens en tulpenvelden en weg van alles wat grachten omhelst. Een keer iets ánders dan Amster-, Volen, Monniken, Zaan of welk -Dam dan ook.

 
Een interessanter beeld geeft de “Fans’ Guide to Holland & Belgium” zoals die in 2000 werd uitgegeven door de Engelse Football Association voor de bezoekers van Euro2000, het EK Voetbal. Dit kleine gidsje kijkt net iets verder dan de gemiddelde reisgids. Althans, het kijkt er op een afwijkende manier naar: “Standing in Eindhoven city centre can feel like being plonked on the set of the Truman Show. Holland’s fifth largest city has an air-brushed, unreal atmosphere. But beneath the surface, visitors will discover a thriving metropolis desperate to prove life doesn’t revolve entirely around electronics giant Philips. Even if the toaster and razor people employ a fifth of the 200,000 inhabitants, own the football-club and plaster their logo on just about everything” De gids vervolgt “… in which case Stratumseind, 300 metres of almost uninterrupted boozers, is your best bet. Just one word of warning. As a rule, the bars get worse the further you go.. You’ll reach the Thunder Roadhouse and realize you should have turned back two minutes earlier, unless you’re Stuart Pearce
“Beneath the surface” daar draait het volgens mij om. Eindhoven moet je beleven. Iets verder kijken dan hetgeen je op het eerste gezicht ziet. Je niet laten leiden door het gebrek aan zeventiende-eeuwse panden, grachten, klederdracht en molens. Kijken naar het alledaagse. Meedraaien. Zijn.

Ben je dan die verdwaalde toerist waarover ik reeds eerder blogde, dan kan Eindhoven onverwacht interessant uit de hoek komen. Nightlife – Underneath the surface. “…Pretty awesome for a place of its size and general world influence. Definitely an off the beaten track place to check out (tripwolf)”
Ergens, tot mijn eigen grote verbazing, vond ik ooit een Lonely Planet van Stratum. Prachtidee, maar wellicht moeten we dit niet willen. Laat Eindhoven maar underneath the surface. Belééf het maar gewoon.

Eindhoven Bier… ‘t bestaat !



Normaal gesproken zweer ik bij Bavaria. Niet zozeer vanwege een unieke smaak, maar meer vanuit het ‘support your local brewery’-idee. Ik drink uit principe géén Heineken, maar weet niet hoe snel ik mijn principes overboord moet gooien als er slechts Heineken verkrijgbaar is. Een ruggengraat van elastiek.

 
‘Bavaria”, verwijzend naar Beieren, geassocieerd met Brabant. Da’s Ons Bier.
“Bavaria”, meer lokaal kun je niet gaan. Althans…. dat heb ik altijd gedacht.
Tot dat moment in een Supermarkt in de USA, nét even buiten Phoenix, Arizona. Geen megawinkel, maar -geheel tegen de Amerikaanse stijl in- een kleine toko. In een buitenlandse supermarkt moet ik altijd even de bier-sectie opzoeken. Even kijken of er lokale merken te vinden zijn.
Toen…. tot mijn grote verbazing… daar stond ie. Gewoon, te staan. Tussen de six-packs Coors en Budweisers. Gewoon, in die supermarket in Scottsdale, AZ. Een vol schap. Te wachten om meegenomen te worden. Met z’n $12 een stuk duurder als de Budweiser. Het hogere segment van de biermarkt, lijkt… De prijs deed er eigenlijk niet eens toe. Deze moést ik hebben.


“Imported from Holland” – daar kon ik me wel overheen zetten daar het etiket zelf spreekt van “Dutch Lager”. “Couldn’t they have just been the Dutch from Dutchland, or the Hollanders from Holland” lees ik later op een website uit California. De naam Eindhoven zou gekozen zijn omdat het zo’n Germaanse klank heeft. Germaans, dus kwaliteitsbier. Dát moet Amerikanen overtuigen. Tenminste dat wordt mij verteld.
Het Six-pack inmiddels achter de kiezen. Enigszins teleurgesteld. Geen Germaanse kwaliteit. Niets van dat. Het smaakt eigenlijk nérgens naar. En dan niet in de zin van ‘slecht’, maar gewoon…. naar niets. Naar saai. Naar grijs… Zou het dan toch bewust refereren naar Ons Eindhoven ?


Imported by Logret I&E Company, City of Industry, CA, USA; Brewed at The Eindhoven Bierbrouwerij Schinnen. Alfa Brouwerij Schinnen: Eindhoven Special Reserve Dutch Lager: uit het assortiment

maandag 23 april 2012

The Patriot


(oorspronkelijke datum 7 maart 2011)


Jaloers kijkt hij op tegen zijn overbuurman Frits Philips. Jaloers, maar niet afgunstig. Daarvoor, weet hij,  heeft Frits te veel voor het hedendaagse Eindhoven betekend.

15 Jaar lang regeerde Jan van Hooff in zijn eentje over de Markt in Eindhoven. Trots, ook al weet hij dat zijn beeltenis op de Markt nauwelijks iemand opvalt, laat staan dat men weet wie hij is.
Zijn sokkel werd gebruikt om fietsen tegen te parkeren of om lege blikjes op te plaatsen. Dat laatste was niets nieuws. Dat had hij inmiddels al vernomen van Coen en Willy. Eindhovenaren blijken hun helden niet altijd met evenveel eerbied te behandelen. Willy van der Kuijlen en Coen Dillen baden in lege bierglazen en halfvolle frietbakjes terwijl PSV zijn wedstrijden afwerkt. Mayonaise druipt over de kicksen. Uit gebrek aan een bal, die nooit op hun sokkels geplaatst is, lijken Willy en Coen met alle macht de troep van hun sokkels weg te willen trappen.
Respectloos hoe men hier met helden omgaat vindt Jan, maar hij blijft trots de Markt over kijken. Helemaal alleen, ingebouwd door de steeds uitbreidende terrassen.

Totdat in 2007 Frits geplaatst werd. Kolossale afmetingen. Daar waar Jan’s patriotten-outfit, jasje half open, hem nauwelijks beschermt tegen de gure Eindhovense winters, is Frits in een warme winterjas gehuld.
Frits wordt regelmatig gefotografeerd, veelal door zakenreizende Aziaten. De rug van de fotograaf naar Jan toegekeerd.

Frits geniet respect. Bij hem geen lege bierflessen, hooguit een warme caranavals-sjaal of PSV-attribuut om de nek. Uit respect.
Johan Frederik Rudolph van Hooff, een rasechte Eindhovenaar.  Uit onvrede met de grote macht van stadhouder Willem V, die de goede baantjes veelal binnen eigen kring verdeelde, sloot hij zich aan bij de Patriottistische beweging. Een patriot in hart en nieren bracht hij de Republiek aan de rand van een Burgeroorlog. Militaire burgerorganisaties tegen de grote Willem V.  Hij heeft er vele arrestaties en gevangenschappen doorstaan, ontsnapt aan de guillotine, maar Jan heeft altijd gevochten voor de vrijheid van ons burgers. Altijd voor de Brabantse belangen opkomende.
Wij trekken ten strijde een strijd vol van vree. Dat waren nog eens tijden. Men pakte de wapens op en  trok ten strijde. Een revolutie in het achterhoofd.
Jan kan een lach niet onderdrukken als er een noodverordening wordt uitgeroepen omdat er een handje vol Franse en Belgische voetbalsupporters naar de stad komt. Een heuse noodverordening… laat ze het in Tripoli maar niet horen.
Jan weet zijn plek, als Eindhovenaar in zijn eigen stad. Hij weet zich in de schaduw van de populaire Frits Philips. Onoverbrugbaar.
Sinds 2007 kijkt Jan Frits aan, Frits heeft nog nooit teruggekeken.